Wetenschappelijk onderzoek

Wat is de invloed van een graded oefenprogramma gericht op rompcontrole, lokale spierkracht en plyometrie bij recreatieve hardlopers op loopefficiëntie?.

We zeggen dat het werkt, we kunnen onderbouwen dat het zou moeten werken, deelnemers geven aan dat het werk maar werkt het ook ?
Daarom is de hulp ingeroepen van een wetenschapper. In samenwerking hebben we aan Fit voor hardlopen een onderzoek gekoppeld naar de effectieviteit ervan.

Methode:

Onderzoeksopzet:
Beschrijvend exploratief prospectief onderzoek.
 
Atleten variabelen:
· Leeftijd
· Geslacht
· Gewicht
· Lengte
· BMI
· Spronghoogte
      o Countermovement jump (CMJ)
      o Static jump (SJ)
· Rompstabiliteit krachtuithoudingsvermogen test
· Hardloopefficientie test (middels HF bij een constante submaximale inspanning)

Beschrijving en verantwoording van gebruikte meetinstrumenten:

Spronghoogte:
Een factor bepalend voor de hardloopefficiëntie is die van opslag en vrijgeven van elastische energie door de spieren. Dit proces van opslaan en vrijgeven is duidelijk terug te vinden in de Strech Shorten Cyclus (SSC). SSC is een combinatie van een excentrische spiercontractie gelijk gevolgd door een concentrische spiercontractie. Om dit te meten is gebruik gemaakt van een eerder gehanteerd test protocol door Turner et al.[1]:

1. Verschil in gesprongen hoogte van een maximale sprong met inveren(CMJ) en zonder inveren(SJ).

2. Ratio CMJ tot SJ

CMJ: er wordt zo hoog mogelijk gesprongen m.b.v. een inveer moment. Er worden geen instructies gegeven omtrent hoe ver in te buigen. De test wordt 3 maal uitgevoerd met 20 sec rust tussendoor.

SJ: er wordt zo hoog mogelijk gesprongen zonder een inveer moment. De atleet zal doorzakken 2 sec vasthouden en dan opspringen. Er worden geen instructies gegeven omtrent hoe ver in te buigen. De test wordt 3 maal uitgevoerd met 20 sec rust tussendoor.

Hardloopefficiëntie test:
Hardloopefficiëntie ("running economy”) is gedefinieerd als: zuurstof verbruik bij een gegeven submaximale snelheid. Om dit te testen zouden wij een zuurstof meting moeten doen. Gezien het feit dat wij niet de beschikking hebben over deze apparatuur is er gekozen voor de HF i.p.v. VO2 verbruik bij submaximale inspanning.
 
 
Meetmomenten:
Aan het begin van het programma en aan het einde van het programma zullen alle testen worden afgenomen.
 
 
© Wibbo Hummelen Challenge4Me